vrijdag 30 december 2016

Portfolio Hongaars

Portfolio Hongaars





Aangezien mijn moedertaal Hongaars is, is de kans heel groot dat als ik taalles wil geven, dat Hongaars zal zijn in het volwassenonderwijs.

Het Hongaars behoort tot de Fins-Oegrische taalgroep. Het heeft enige verwantschap met o.a. het Fins. Alhoewel er niet veel CVO’s zijn die Hongaars als vreemde taal aanbieden, denk ik toch dat het kleine publiek heel enthousiast is om de taal te leren.

Mijn materialenportfolio voor Hongaars zou verschillende soorten bronnen omvatten, en is nog niet voldaan, maar er zijn genoeg bronnen die ik al tijdens mijn stage en OWA kan gebruiken.

Dit portfolio zal de volgende onderdelen bevatten:
Leerplannen
Naslagwerken
Websites
Relevante culturele verenigingen, vriendenkringen
Energizers en icebreakers (niet taalgebonden)


Leerplannen:

Heel veel informatie, niet alleen over het leerplan , maar ook verschillende bronnen. Ik heb heel veel bronnen van hieronder uit deze leerplannen gehaald, want die lijken me heel interessant en nuttig wanneer ik les geef.

Szalóczy, I. , Gerrits,H. (2013) Leerplan Hongaars R1 Breakthrough A/B
Szalóczy, I. , Gerrits,H. (2013) Leerplan Hongaars R1 Waystage 1A/B
Szalóczy, I. , Gerrits,H. (2013) Leerplan Hongaars R1 Waystage 2A/B


Naslagwerken:

    1. Woordenboeken:

Spellingwoordenboek:

DEM LÁSZLO, FÁBIÁN PÁL, TÓTH ETELKA, Magyar helyesírási szótár, Budapest, Akadémiai Kiadó,1999.

Verklarend woordenboek:

HÜSE ANIKÓ, Magyar Értelmező Kéziszótár A-Z-ig, Budapest, Könyves Könyvkiadó, 2000.

Hongaars-Nederlands woordenboek:

KAMMER J.H.A., BOSCH-ABLONCZY, Magyar Holland szótár, Hongaars- Nederlands Woordenboek, Budapest, Akedémiai Kiadó, 1e uitgave, 2000.

MOLLAY ERZSÉBET, Holland Magyar Kéziszótár, Nederlands - Hongaars Handwoordenboek Szeged, Grimm Kiadó, 1e uitgave, 2002.

Boek van Hongaarse uitdrukkingen en spreekwoorden:

MARGALITS EDE, Magyar szólások és közmondások kézikönyve, Budapest, Könyves Könyvkiadó.

Hongaarse Synoniemenwoordenboek:

NAGY GÁBOR, RUZSICZKY ÉVA, Magyar szinonimaszótár, Budapest, Akadémiai Kiadó, 2002.


2. Handboeken:

               A. Handboeken die worden gebruikt in het CVO Centrum voor Levende Talen Leuven 
                   en ook in de CVO Handelsschool Aalst :

HLAVACSKA EDIT, HOFFMANN ISTVÁN, LACZKÓ TIBOR, MATICSÁK SÁNDOR, Hungarolinga 1, Debrecen, Debreceni Nyári Egyetem, 2e uitgave, 2002.

HLAVACSKA EDIT, Igék – Nyelvtani gyakorlókönyv, Debrecen, Debreceni Nyári Egyetem, 1e uitgave, 2004.

HLAVACSKA EDIT, HOFFMANN ISTVÁN, LACZKÓ TIBOR, MATICSÁK SÁNDOR, Hungarolinga 2, Debrecen, Debreceni Nyári Egyetem, 2de uitgave, 2001.


B. Andere handboeken (vooral niveau A1, A2 en B1):

MARSCHALKÓ GABRIELLA, Een beginnerscursus Hongaars Basic Niveau 1, Debrecen, Debreceni Nyári Egyetem, 1e uitgave, 2012.

MARSCHALKÓ GABRIELLA, Hungarolingua Basic – Hungarian for beginners Basic Level 1, Debrecen, Debreceni Nyári Egyetem, 1e uitgave, 2011.

MARSCHALKÓ GABRIELLA, Hungarolingua Basic – Hungarian for beginners Basic Level 2, Debrecen, Debreceni Nyári Egyetem, 1e uitgave, 2011.

SZITA SZILVIA, PELCZ KATALIN, MagyarOK A1 - Magyar Nyelvkönyv és Nyelvtani Munkafüzet, Pécsi tudományegyetem, 2013

SZITA SZILVIA, PELCZ KATALIN, MagyarOK A2 - Magyar Nyelvkönyv és Nyelvtani Munkafüzet, Pécsi tudományegyetem, 2015

SZITA SZILVIA, PELCZ KATALIN, MagyarOK B1 - Magyar Nyelvkönyv és Nyelvtani Munkafüzet, Pécsi Tudományegyetem, 2016


      3. Grammatica:

           SZITA SZILVIA – GÖRBE TAMÁS, Gyakorló magyar nyelvtan – A practical Hungarian
          grammar, Budapest, Akadémiai Kiadó, 2de uitgave, 2010.

VAN SCHIE EDWIN, Kort overzicht van de Hongaarse grammatica, Haarlem, Hongaarse School 1999.


      4. Tijdschriften:

KOVÁCS TÜNDE, Magyarul tanulok – Magazin magyarul tanulóknak, Budapest, Vizit Nyomda Kft.
Tijdschrift voor Hongaarse cursisten, met woordenboeken en oefeningen in 3 taalniveaus.

http://www.mek.iif.hu/porta/virtual/magyar/efolyir/: elektronische Hongaarse kranten en tijdschriften

http://noklapja.nlcafe.hu/: tijdschrift voor de Hongaarse vrouwen.


 Nuttige websites

Een website met voorbeeldtesten voor leraren en heel veel oefeningen, die in de lessen Hongaars kunnen gebruikt worden.
Deze website geeft ook links naar handboeken die kunnen gebruikt worden in de klas.

Deze website is bedoeld zowel voor leerlingen als voor leraars van de Hongaarse taal.

Een heel uitgebreide website met info en oefeningen over grammatica, thematische oefeningen, korte oefeningen, groepswerken voor beginnende en gevorderde leerlingen.

Er is ook een gedeelte met uitspraakoefeningen met audio materiaal, korte verhalen, korte krantenartikelen en literaire verhalen.

De gesproken taal wordt eveneens geanalyseerd, met voorbeelden van hoe een conversatie te starten, hoe je kan aanmoedigen in het Hongaars, wat je zegt als je afscheid wil nemen etc.
Er is ook een lijst van culturele anekdoten, wat heel interessant kan zijn om als interessant weetje tijdens de les te gebruiken.

Hongaarse lessen waarin verschillende thema’s worden besproken op niveau A1 en A2 van ERK.

Heel veel interactieve oefeningen, die in de klas ook kunnen gebruikt worden. Er is ook veel audio materiaal ter beschikking, veel tekeningen, kruiswoordraadsels etc.

Dit is dezelfde website, maar voor meer gevorderde leerlingen.

Hongaarse lessen voor beginners. De uitleg wordt in het Engels gegeven.

Zelfstudie Hongaars voor beginners in het Engels. Alles wordt met audiomateriaal ondersteund.

Hongaarse taalspelletjes , korte teksten, oefeningen voor elk niveau.

Hongaarse tijdschriften met oefeningen.

Een korte beschrijving van de Hongaarse taal en het Hongaars alfabet.  Op de website kan je een lijst van boeken en woordenboeken vinden.

Website met heel veel actuele informatie over Hongarije. Je vindt er advertenties van vakantiewoningen, het Hongaars volkslied, filmpjes etc.

Nederlandse informatiepagina over Hongarije, met veel relevante informatie voor Nederlandse bedrijven die in Hongarije willen investeren.  

Online kranten van Hongarije.

De website van de zomeruniversiteit van Debrecen in Hongarije, die tal van Hongaarse cursussen aanbiedt voor buitenlanders die Hongaars wil leren op een korte termijn.


Relevante culturele verenigingen, vriendenkringen

Balassi Intézet Brüsszel/ Balassi Institute Brussels/Hongaars cultureel instituut in Brussel: Ze organiseren heel veel tentoonstellingen, concerten, culturele samenkomsten om de Hongaarse taal te promoten en te onderhouden.


Opwarmers, icebreakers, kennismakingsspelletjes

Warming up’s, energizers en ice breakers hebben hetzelfde doel: energie opwekken in de groep waardoor mensen loskomen en zich op hun gemak gaan voelen. Het verschil tussen de genoemde games zit vooral in het moment van toepassing van de activiteit: aan het begin van een groepssessie, als energieopwekkend intermezzo, of als inleiding op een (serieuze) oefening.
Energizers, ice breakers en warming ups kunnen willekeurig worden gebruikt.

Hieronder een paar websites waar verschillende icebreakers etc. stap voor stap zijn uitgelegd:


Engelstalige website met tal van links naar andere websites met icebreakers.

Voorbeelden van icebrekers.

Een lijst van heel veel energizers om te gebruiken in de lessen.

Downloadbare spelletjes in een doc formaat.




maandag 23 mei 2016

PP PPC-BEG

https://www.moovly.com/platform/#project/view/5a829dca-ee75-e20e

woensdag 16 maart 2016

Verloning

Het klinkt misschien cliché, maar je wordt geen leraar om financiële redenen. Het salaris van een leraar met een masterdiploma is vaak lager dan het salaris van een collega die met hetzelfde diploma in de privésector werkt. Er heerst ook wel een misconceptie dat je overal in de privésector beter betaald zou worden, wat niet altijd juist is. Het klopt meestal wel indien het over een gezond bedrijf gaat dat expandeert.

Anderzijds is het wel zo dat het systeem van verloning in het onderwijs, waarbij je salaris wordt vastgesteld op basis van je salarisschaal, anciënniteit en eventueel nuttige ervaring algemeen wordt toegepast. Dit betekent dat het een heel transparant systeem is, waardoor je weinig verrassingen of ontgoochelingen  kan verwachten betreffende de financiële kant van het lerarenberoep. Eens je begint te werken als leraar, kan je je salaris voor de volgende jaren goed berekenen, je kan plannen maken voor de toekomst etc. Je weet ook dat je bijkomende vergoedingen mag verwachten, zoals een fietsvergoeding, terugbetaling van onkosten voor woon-werkverkeer met openbaar vervoer, vakantiegeld, eindejaarstoelage etc.

Ik heb in de privésector gewerkt, met inderdaad een hoger salaris dan in het onderwijs. Toch meen ik dat je op lange termijn, als je als jong afgestudeerde begint te werken als leraar en met toenemende anciënniteit, je ook een goed loon kan verdienen als leraar met een job die voldoening kan geven. Bovendien is de combinatie van gezin en werk vaak beter mogelijk  dan in de privésector.  

Het grootste voordeel van de financiële loonstructuur in het onderwijs is de transparantie ervan, wat ook uit het onderzoek door Xavier Baeten en Bart Verwaeren blijkt (zie artikel in De Standaard van 11/05/2013: Hoog loon is niet alles).

Het feit dat de salarissen tussen jongere en oudere leraars sterk verschillen wordt ook vernoemd in bovenvermeld onderzoek. Dit kan soms demotiverend zijn voor sommige jonge leraars, vooral indien ze minder gemotiveerde oudere leraars tegenkomen.

Regelmatige functioneringsgesprekken met evaluaties en daarmee verbonden eventuele loonsverhoging zou rechtvaardiger zijn, maar dan kom je in een gevaarlijke zone terecht, waar subjectiviteit veel discussies kan veroorzaken.
Als ik alles overweeg, dan zou ik toch voor het huidige systeem kiezen, maar met als extra een andere, niet financiële beloning, zoals bijkomende verantwoordelijkheid, differentiering in taakinvulling etc.

Anciënniteitsverloning is zeer overzichtelijk: als je je arbeidsovereenkomst ondertekent in het onderwijs, aanvaard je het gehanteerde model van verloning. Je kan vóór of tegen zijn, maar je weet dat het een betrouwbare, objectieve manier van beloning is.

Dat is helemaal anders wanneer we over prestatieverloning spreken. Dit veronderstelt dat je betere prestaties levert door belonen van je prestaties. In de privésector is dit gebruikelijk, in het onderwijs is dit nog niet ingevoerd.

Zou dergelijke prestatieverloning het onderwijs beter maken? Wat zou het resultaat ervan zijn en zou dit een verbetering teweegbrengen in vergelijking met het huidige systeem van verloning dat gebaseerd is op anciënniteit?

Hoe kunnen we de prestatie van de leraren objectief meten? 

Stel dat we de leraren vertellen dat ze prestatiebeloning krijgen. Stel dat ze dan focussen op betere toetsprestaties van de leerlingen.  Zouden ze daardoor betere leraren, pedagogen zijn en moeten ze daarvoor beloond worden? Door te focussen op de prestatie van de leerlingen, kunnen ze zich  minder op de ontwikkeling van andere vaardigheden van de leerlingen concentreren.

Ook het feit, dat er waarschijnlijk minder leraren zouden kunnen beloond worden  dan deze die denken dat ze in aanmerking zouden komen, zou meer ontevredenheid kunnen creëren tussen de leraren en daardoor mogelijk geen positief effect hebben (zie Hooier, J. , Prestatiebeloning in het onderwijs, onzinnig of niet? Onderwijsinnovatie, juni 2012).

Door prestatieverloning boven anciënniteitsverloning te kiezen, kan de intrinsieke motivatie van de leraar verdwijnen, want de motivatie van de leraar zou dan de extra verloning zijn.  Dit zou toch een ongelukkig resultaat zijn van iets, dat positief bedoeld was, om mensen met intrinsieke motivatie voor het beroep van leraar te ondersteunen en extra te waarderen.

Het is ook wel bekend dat de prestaties van de leraar niet alleen in de behaalde cijfers van de leerlingen kunnen gemeten worden. Het is dus heel moeilijk om objectief te kunnen meten wat het resultaat is van de inzet van de leraar. Dit kan mede verklaren waarom rond 70% van de leraren tegen het invoeren van de prestatiebeloning gekant is.

Het schoolloopbanpact, dat het beroep van leerkracht moet opwaarderen,  houdt een optie van een flexibel loon in (zie Dirk Van Damme , OESO-onderwijsspecialist in het artikel “Geef de leerkrachten die extra inspanningen doen een beter loon”, De Standaard, 01/09/2015). Volgens Van Damme kan zo’n flexibele verloning het lerarenberoep aantrekkelijker maken, door een bonus te geven aan leerkrachten die in “moeilijke” scholen lesgeven of die extra taken op zich nemen. In dergelijke gevallen vind ik een loonverhoging wel verantwoord.

Maar geld alleen maakt niemand gelukkig, zo is het ook met de leraren. Naast anciënniteitsverloning en prestatieverloning is er nog een heel belangrijk psychologisch aspect. In het algemeen zijn de leraren best tevreden met hun nettoloon, maar wat nog meer telt is de erkenning. Dit soort beloning kan komen van de leerlingen, collega’s en natuurlijk ook van de directie. Volgens VUB-onderzoekster Sara De Gieter komt dit  waarschijnlijk door het feit dat loonsverhoging bij leraren gebeurt via een anciënniteitsverloning die niet gelinkt is aan hun prestaties. Als je de loonsverhoging niet als een teken van waardering ervaart, kan je het ook niet appreciëren. Daarom is er een nood aan psychologische beloning, zoals complimentjes, aanmoedigingen van collega’s, een schouderklopje van de directie etc., die zeker even belangrijk is als elke andere vorm van beloning.  Ik meen dat door de grote verbondenheid van leraren met de scholen waar ze les geven, zijn leraren emotioneel betrokken en hebben nood aan waardering en eerlijkheid.

De beste leraren hebben zeker een grote impact op de leerlingen. Alleen tevreden leraren kunnen maximale inzet geven, zich meer betrokken voelen bij hun school en betere prestaties leveren. Tevreden leraren zijn leraren die niet alleen een goede financiële beloning krijgen (anciënniteitsverlonig), maar die ook hun job kunnen combineren met hun familiaal leven en die ook uitingen van dankbaarheid, waardering  etc. (psychologische beloning) krijgen.

Zoals ik in het begin van mijn blog gezegd heb, wordt je geen leraar om financiële redenen. Je hebt de intrinsieke motivatie om kennis en vaardigheden bij te brengen, maar je kan dat alleen goed doen als je ervoor erkend bent.

Statuut van de lesgever

1.    Voor- en nadelen verbonden aan de drie fases van het statuut

Zolang ik in de privésector werkte, keek ik altijd een beetje jaloers naar mijn kennissen die in het onderwijs werkten. Ze hadden veel vakantie, een zekere job en in mijn verbeelding een zorgeloos leven. Ze hadden blijkbaar allemaal een vaste benoeming, maar ik kende niets af van het bestaan van TABD en TADD, tot ik zelf in het onderwijs begon te werken.

Ik begon in het secundair onderwijs les wiskunde te geven in een interimopdracht, in het statuut van TABD (tijdelijke aanstelling van bepaalde duur), een statuut waarvan ik toen niet veel afwist.

Met mijn werkervaring in de privésector achter de rug, gevolgd door deze interimopdracht, ben ik niet veel later opnieuw les beginnen te geven, deze keer niet in het regulier onderwijs, maar in een cursus “Inburgering”, met gelijkaardige voorwaarden als van een beginnende leerkracht in het gewoon onderwijs. Ik kreeg korte opdrachten, vaak van een paar maanden, zonder de zekerheid of er nog een nieuwe opdracht zou volgen. In de vakantieperiodes was ik werkloos. Daarna volgde weer een nieuwe opdracht. Ik kreeg steeds positieve feedback van mijn werkgevers, maar ze konden me geen vast contract garanderen. Ik heb soms meer opdrachten aangenomen dan ik aankon, waardoor ik vaak oververmoeid raakte. Ik durfde me niet veroorloven een opdracht te weigeren uit schrik dat ook volgende opdrachten aan mij voorbij zouden gaan. Mijn situatie van toen zou ik dus kunnen vergelijken met die van een beginnende leraar met een TABD. Na 2 jaar te werken voor verschillende werkgevers heb ik een vervangingscontract van 1 jaar gekregen. Dat gaf me meer zekerheid: minstens voor 1 jaar aan het werk, betaalde vakanties, geen gewetensproblemen als ik een keer een dag verkouden was en niet kon werken. Ik voelde me “bijna” gelijk met de andere leerkrachten, die dezelfde functie hadden. Tot ik daarna een contract van onbepaalde duur kreeg. Dan kon ik een beetje ademen, kon ik me meer op de lesvoorbereidingen concentreren. Kortom, ik kon me helemaal toeleggen op de vereisten van mijn lerarenjob.

Ik was heel blij met mijn nieuw contract. Ik meende dat ik daar heel lang had moeten op wachten. Toch maakt de regelgeving het voor een beginnende leerkracht in het gewoon onderwijs nog moeilijker. Van TABD naar TADD (tijdelijke aanstelling van doorlopende duur) naar VB (vaste benoeming) verlopen verscheidene jaren. Het vooruitzicht van vele jaren met een TABD kan veel beginnende leerkrachten afschrikken. Hun vrienden in de privésector kregen sneller een vast contract. Bovendien krijgen – logischerwijze - TBSOB’ers (vastbenoemden die ‘ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking’) en TADD’ers voorrang. Dit brengt mee dat je als TABD’er vaak in korte opdrachten tewerkgesteld wordt. Eens je aan een klas gewend raakt, moet je vertrekken, nieuwe relaties opbouwen met weer nieuwe collega’s voor opnieuw een korte periode. Vervangingsopdrachten zijn altijd moeilijk: leerlingen verwachten dat je exact les geeft zoals hun vaste leraar. Een paar lessen hier, een paar lessen daar, nooit een vaste plek, dat betekent ook dat je je nooit honderd procent kan geven, telkens last minute voor nieuwe lesvoorbereidingen staat en er bovendien niet veel tijd over was voor een degelijke overdracht door de vaste leerkracht.  Je kent de klas niet en je moet midden in het schooljaar inspringen om een afwezige leerkracht te vervangen.

Toch wil ik graag ook een paar voordelen noemen van het werk als TABD’er: je krijgt de kans om verschillende schoolculturen te leren kennen, ervaring op te doen bij het omgaan met verschillende leerlingen, collega’s, verschillende manieren van werken. Dit alles helpt om je eigen identiteit als leraar te vormen. Door te vergelijken, kan je ontdekken welke aanpak jou het beste ligt. Als je volhoudt, betekent het ook dat je genoeg intrinsieke motivatie hebt om een goede leraar te worden.

TADD biedt al meer zekerheid. Je hebt voorrang op TABD. Je moet voldoen aan de regelgeving: er is dienstanciënniteit vereist van 720 dagen over tenminste 3 schooljaren. Je moet die anciënniteit verwerven in één of meer scholen van dezelfde scholengemeenschap. In dit geval heb je werkzekerheid en betaalde vakanties.

Een nadeel van het statuut van TADD is dat je soms heel lang moet wachten op een vacante betrekking om een VB te krijgen, vermits je statuut enkel geldt binnen die ene scholengemeenschap. 

Om een VB (vaste benoeming) te krijgen, moet je aan verschillende voorwaarden voldoen. Je kan je voor 30 juni kandidaat stellen in de scholen van de scholengemeenschap die in aanmerking komen voor jouw bevoegdheid. Eens je gedeeltelijk vastbenoemd bent, krijg je voorrang op nieuwe TADD’ers. TBSOB’ers komen eerst in aanmerking. In principe zijn er tussen de TADD’ers geen voorrangsregels.

Er zijn veel voordelen verbonden aan een VB: werkzekerheid, betaalde vakanties, recht op overheidspensioen, salaris tijdens ziekte- en bevallingsverlof, mogelijkheid om verschillende verlofstelsels te nemen of om een TAO (tijdelijke andere opdracht) te nemen. Met een VB is er ook mutatie mogelijk: de vaste benoeming kan overgedragen worden naar een andere school met vacante uren, mits akkoord van het schoolbestuur van deze school. Een vastbenoemde leraar kan gedetacheerd worden om tijdelijk een ander ambt uit te oefenen, met behoud van het statuut van VB.

2.    Vergelijking met de privé

     Bij vergelijking van de verschillende fases in het statuut van lesgever met het statuut in de privaatsector, kom ik tot volgende vaststellingen:

-        TABD kan je met de overeenkomst voor bepaalde tijd vergelijken, waarin het begin en het einde van de tewerkstelling vastgelegd zijn. Ook de overeenkomst voor uitzendarbeid, waarin een uitzendkracht een overeenkomst sluit met een uitzendbureau om tegen verloning bij een gebruiker tijdelijke arbeid uit te voeren, is vergelijkbaar met een TABD. Een leerkracht met een TABD kan ook met een interimcontract werken. Een vervangingsovereenkomst, waarin de identiteit en de functie van de te vervangen persoon vermeld zijn, evenals de reden en de duur van de overeenkomst lijkt ook op een TABD. De overeenkomst voor duidelijk omschreven werk, waarin het einde van de tewerkstelling overeenkomt met de voltooiing van het werk is een andere vorm van contract van bepaalde duur in de privésector.

-        TADD kan ik met een overeenkomst voor onbepaalde tijd vergelijken, waarin het einde van de tewerkstelling niet vastgelegd is. In de  private sector  kan men een ontslagvergoeding krijgen in geval van eenzijdig beëindigen van het contract; in het onderwijs bestaat deze mogelijkheid niet.
Er is ook een verschil in de verloning. Een leraar wordt vergoed volgens vaste barema’s op basis van zijn diploma, zijn functie, of van een combinatie van beide; inzet, kwaliteit van het werk maken geen verschil. Een werknemer in de privésector wordt eveneens vergoed op basis van zijn diploma, zijn functie, maar competentie en kwaliteit van het werk spelen evenzeer een belangrijke rol. Dit verschil kan demotiverend zijn voor de leraar die zich met hart en ziel inzet voor zijn job en daarvoor financieel niet beloond wordt. Ook de vlakke loopbaan van de leraar, met nauwelijks groeipotentieel, staat tegenover de prestatiegerichte privésector, waar de sky de limit is.  Toch denk ik dat wie met overtuiging voor het leraarsberoep kiest, dat ook doet met intrinsieke motivatie, waar geld of andere voordelen niet op de eerste plaats komen. 
 
-     VB bestaat niet in de privésector, want hier kan je op elk ogenblik om verschillende redenen ontslagen worden. In het onderwijs is ontslag slechts mogelijk na 2 negatieve evaluaties, maar dit is meer theorie dan praktijk.

-        De talrijke verlofstelsels in het onderwijs bestaan niet in de privésector.

3.    Standpunt ten opzichte van huidig en toekomstig statuut

De eerder vermelde voordelen van een vastbenoemd leraar kunnen een nadeel zijn voor een tijdelijk benoemd leraar. Er wordt zeer veel flexibiliteit verwacht van een beginnende leerkracht, terwijl een vastbenoemde jarenlang van verschillende verlofstelsels kan genieten. Vereenvoudiging van en reduceren van het aantal verlofstelsels voor vastbenoemden kan meer werkmogelijkheid creëren voor jonge leerkrachten en het proces van tijdelijke tot vastbenoemde versnellen. Het bestaande aanbod aan verlofstelsels is immers een positieve en aantrekkelijke factor voor een loopbaan in het onderwijs, want het laat o.a. een vlotte combinatie arbeid-gezin toe.

Het toekomstige statuut van de leerkracht, geformuleerd in het loopbaanpact, moet de job van de (jonge) leraar opnieuw aantrekkelijk maken en meer mensen in het onderwijs houden.
Daarnaast moet het Vlaams onderwijs een lerarenkorps hebben dat representatief is voor de huidige maatschappij.

Een gedifferentieerd en flexibel loopbaantraject moet leiden tot aantrekkelijker arbeidsomstandigheden, betere aanvangsbegeleiding van startende leraren en voldoende professionalisering om de vlakke loopbaan van de leraar te doorbreken door continue investering in de competentieontwikkeling van de leraren.

De manier waarop de zij-instroom van leraren kan worden bevorderd, kan een frisse lucht en nieuwe expertise in het onderwijs brengen. Er zou natuurlijk een erkenning moeten komen van de elders verworven competenties en opgebouwde anciënniteit.

4.    Groei

De vlakke loopbaan kan doorbroken worden via de loopbaanladder, met drie opeenvolgende trappen in de carrière van een leraar: juniorleraar, leraar en expertleraar.

Een juniorleraar die aan het begin van zijn loopbaan, de eerste drie jaar, een intensieve coaching krijgt van b.v. een meer ervaren leraar (expertleraar), kan hierdoor een positieve push krijgen. 

Volgens de plannen van het loopbaanpact zal er meer werkzekerheid en ingroeimogelijkheid voor de jonge leraar gecreëerd worden door, waar mogelijk, een voltijdse opdracht te geven aan een juniorleraar. Dit zal de leraar helpen om zich in te burgeren in de school waar hij lesgeeft. Hij kan zich volledig concentreren op zijn competenties die hij in de klaspraktijk kan omzetten, door een intensieve coaching. Daarna komt de juniorleraar in de tweede trap van de loopbaanladder, de leraar.

De vlakke loopbaan kan onderbroken worden door meer differentiatie mogelijk te maken via competentieontwikkeling, door een project op te starten, door juniorleraren te coachen door expertleraren, etc.

Het voorstel van een verplichting om minimaal 10% van de tijd te spenderen aan andere taken dan onderwijsactiviteiten voor de klas, kan de eentonigheid doorbreken.

Een expertleraar kan zijn expertise en competenties valoriseren door kennis over te dragen aan collega’s, waardoor hij verantwoordelijkheid krijgt, zijn job gevarieerder wordt en meer enthousiasme krijgt.

Een juniorleraar of novice staat onderaan in de loopbaanladder van de leraar. Hij krijgt een TABD voor een periode van 3 jaar, wat hem toelaat zich via expertise te ontwikkelen. Op het einde van deze termijn en na gunstige evaluatie wordt hij dan vastbenoemd.

Dan komt hij in de tweede trap van de loopbaanladder, de leraar.

De volgende trap in de loopbaan is de expertleraar. Dat wordt de leraar na vele jaren als vastbenoemde te hebben gewerkt.

Doorheen al deze trappen kan een leraar veel ervaring en kennis opdoen. Dat is alleen mogelijk door samenwerking met andere leraren.
Volgens het TALISrapport, pag. 54, blijft lesgeven in Vlaanderen voor leraren een individuele activiteit. Nochtans zijn lesobservatie van andere collega’s en daarna feedback geven, lesmaterialen uitwisselen onder de collega’s, teamvergaderingen bijwonen, gezamenlijk lesgeven in dezelfde klas etc., een sleutel voor een duurzame professionele ontwikkeling.
Als we Vlaanderen en andere TALISlanden vergelijken, zien we dat b.v. lesobservatie bij collega’s veel minder gebeurt in Vlaanderen dan in de andere TALISlanden. Onderwijs in Vlaanderen is goed, maar kan nog beter worden door meer professionele leerkrachten, die je kan vormen door samenwerking tussen collega’s, door mentoren voor juniorleraars, door expertleraars, door regelmatige teamvergaderingen, door te brainstormen over bepaalde onderwerpen en door gezamenlijke lesvoorbereidingen te maken met verschillende vakleraren, kan de job van de leraar  boeiender en leerrijker worden.


De focus moet op de kerntaak van het onderwijs liggen: het ontwikkelen van nodige kennis, vaardigheden en attitudes van de leerlingen. Dit kan alleen als alle leraren als een team werken, elkaar ondersteunen en respecteren.

woensdag 24 februari 2016

Onderwijsbekwaamheid


Onderwijsbekwaamheid


In deze opdracht heb ik nagekeken voor welke vakken ik onderwijsbekwaamheid heb zodra ik na de lerarenopleiding mijn BPB gehaald heb.

Het bekwaamheidsbewijs is een aanstellingsvoorwaarde. Daarom is het belangrijk om te weten welke vakken ik kan geven in het gewoon secundair onderwijs alsook in het volwassenonderwijs.

Aangezien een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma en een bewijs van pedagogische bekwaamheid, ben ik vertrokken vanuit mijn basisdiploma’s:
              - Diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde
-             - Diploma van Master of Science in Environmental Sanitation (milieusanering) .

Op de website van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming (http://www.ond.vlaanderen.be/bekwaamheidsbewijzen) kon ik nakijken voor welke vakken ik een vereist bekwaamheidsbewijs (VE) had en voor welke vakken een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs (VO) om les te kunnen geven in het gewoon secundair onderwijs en in het volwassenonderwijs.

“Vereist” betekent dat ik verondersteld word om vanuit mijn opleiding over de nodige vakkennis te beschikken om deze vakken te onderwijzen.

“Voldoende geacht” betekent dat het mogelijk zou kunnen zijn dat ik eventueel via nascholing en/of door praktijkervaring over voldoende vakkennis beschik om één of meer vakken uit deze lijst in de opgesomde graden en onderwijsvormen te geven. Als de inrichtende macht (de directie) oordeelt dat ik voor een vak over voldoende vakkennis beschik, dan kan ze me hiervoor aanstellen. Maar de inrichtende macht is vrij om te kiezen tussen een houder van een vereist dan wel een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

Via BBSO online (http://www.ond.vlaanderen.be/bekwaamheidsbewijzen) en door “diploma van burgerlijk bouwkundig ingenieur +BPB” te selecteren, kon ik op de lijst van vakken raadplegen waarvoor ik een vereist bekwaamheidsbewijs heb, indien ik in het bezit ben van mijn bewijs van pedagogische bekwaamheid.

Mijn tweede diploma, MSc. in Environmental Sanitation, kon ik op de lijst van diploma’s niet terugvinden, alhoewel dit een Manama opleiding was (1 jaar aanvullende studies en 1 jaar gespecialiseerde studies).
Ik heb een e-mail naar het Ministerie van Onderwijs en Vorming, Agentschap voor Onderwijsdiensten, t.a.v. Cel Word Leerkracht verstuurd met mijn vraag omtrent mijn tweede diploma. Ik heb te horen gekregen dat mijn diploma Master of Science in Environmental Sanitation geen bijkomende onderwijsbevoegdheden oplevert, wat mij eigenaardig lijkt.


Voor een overzicht van mij onderwijsbevoegdheid op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs in het secundair onderwijs en in het volwassenonderwijs heb ik  “ten minste master + BPB” en “ten minste bachelor + BPB” in BBSO online ingevoerd en kreeg ik een heel lange lijst.

Onderwijs-
bekwaamheid
 VE
-        Bouw
-        Bouwkunst
-        Nijverheidstechnieken


Ik ben een beetje teleurgesteld dat ik voor wiskunde geen VE heb, alhoewel ik volgens mij als burgerlijk ingenieur een heel goede basis heb om dit vak te kunnen geven.

Onderwijs-bekwaamheid VO
-        Aardrijkskunde
-        Agrarische technieken
-        Architecturale vorming
-        Architectuurtekenen
-        Chemie AV
-        Duits
-        Ecologie
-        Engels
-        Grafische technieken
-        Handelscorrespondentie Duits
-        Handelcorrespondentie Engels
-        Informatica
-        Landbouw
-        Mechanica
-        Natuurwetenschappen
-        Nederlands voor nieuwkomers
-        Pedagogie
-        Praktijk toegepaste chemie
-        Toegepaste chemie
-        Toegepaste ecologie
-        Toegepaste informatica
-        Toegepaste natuurwetenschappen
-        Verkoop
-        Wetenschappelijk tekenen
-        Wiskunde
-        Hongaars richtgraad 1,
bevat volgende module(s):
               Hongaars Breakthrough A
               Hongaars Breakthrough B
               Hongaars Waystage 1 A
               Hongaars Waystage 1 B
               Hongaars Waystage 2 A
               Hongaars Waystage 2 B

Ik heb een selectie gemaakt van die lange lijst en alleen de vakken er uitgehaald waarmee ik meer affiniteit heb. De meeste van deze vakken waren een onderdeel van mijn basisopleiding, en met sommige ervan ben ik nog meer vertrouwd geraakt door ervaring. 
Deze lijst is eigenlijk veel langer dan ik verwacht had, dus ben ik er zeker tevreden mee. Of ik daadwerkelijk al deze vakken zou willen geven, is een andere vraag.









Mijn moedertaal Hongaars mag ik in volwassenonderwijs geven.
Vak
(in functie van vakdidactiek)
Hongaars
Volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen in het volwassenonderwijs, zou ik een 'voldoende geacht bekwaamheidsbewijs’ krijgen om Hongaars te geven in het volwassenonderwijs op basis van mijn basisdiploma “ten minste master” samen met  een BPB.

Werk-gelegenheid
Hongaars is mijn moedertaal. Bovendien heb  ik al behoorlijk veel ervaring in het geven van taallessen: Engels al 1 jaar lang in het secundair onderwijs 3de graad in Roemenië + in een talenschool in Singapore en Nederlands voor beginners, eveneens in Singapore. Ik zou graag Hongaars willen geven. Het is een moeilijke taal en niet veel mensen spreken Hongaars in België. Daarom denk ik dat de concurrentie ook niet zo groot is. Mensen van bedrijven die handel doen in Hongarije zullen graag een beetje Hongaars willen leren, en misschien ook mensen met Hongaarse vrienden of familieleden.
Weliswaar heb ik voor Hongaars enkel een VO en geen VE. Echter geef ik al jaren inburgeringlessen voor nieuwkomers in Hongaars, Roemeens en Engels. Hoewel dit geen ervaring is in regulier onderwijs, is het toch een waardevolle ervaring in les geven, wat in mijn voordeel kan spelen.


Ik zou liever hebben dat ik een VE bekwaamheidsbewijs zou hebben voor Hongaars, maar dan zou ik nog een master of bachelor opleiding in talen moeten hebben.
Dus, gezien mijn achtergrond, ik ben best tevreden met mijn kansen.




Bronnen:

Bekwaamheidsbewijzen voor het onderwijs

Toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel in Vlaanderen 2015-2025

Arbeidsmarkt-rapport prognose 2011-2015  www.ond.vlaanderen.be/beleid/personeel/files/AMR_2013.pdf

Gids voor studenten lerarenopleiding