woensdag 16 maart 2016

Statuut van de lesgever

1.    Voor- en nadelen verbonden aan de drie fases van het statuut

Zolang ik in de privésector werkte, keek ik altijd een beetje jaloers naar mijn kennissen die in het onderwijs werkten. Ze hadden veel vakantie, een zekere job en in mijn verbeelding een zorgeloos leven. Ze hadden blijkbaar allemaal een vaste benoeming, maar ik kende niets af van het bestaan van TABD en TADD, tot ik zelf in het onderwijs begon te werken.

Ik begon in het secundair onderwijs les wiskunde te geven in een interimopdracht, in het statuut van TABD (tijdelijke aanstelling van bepaalde duur), een statuut waarvan ik toen niet veel afwist.

Met mijn werkervaring in de privésector achter de rug, gevolgd door deze interimopdracht, ben ik niet veel later opnieuw les beginnen te geven, deze keer niet in het regulier onderwijs, maar in een cursus “Inburgering”, met gelijkaardige voorwaarden als van een beginnende leerkracht in het gewoon onderwijs. Ik kreeg korte opdrachten, vaak van een paar maanden, zonder de zekerheid of er nog een nieuwe opdracht zou volgen. In de vakantieperiodes was ik werkloos. Daarna volgde weer een nieuwe opdracht. Ik kreeg steeds positieve feedback van mijn werkgevers, maar ze konden me geen vast contract garanderen. Ik heb soms meer opdrachten aangenomen dan ik aankon, waardoor ik vaak oververmoeid raakte. Ik durfde me niet veroorloven een opdracht te weigeren uit schrik dat ook volgende opdrachten aan mij voorbij zouden gaan. Mijn situatie van toen zou ik dus kunnen vergelijken met die van een beginnende leraar met een TABD. Na 2 jaar te werken voor verschillende werkgevers heb ik een vervangingscontract van 1 jaar gekregen. Dat gaf me meer zekerheid: minstens voor 1 jaar aan het werk, betaalde vakanties, geen gewetensproblemen als ik een keer een dag verkouden was en niet kon werken. Ik voelde me “bijna” gelijk met de andere leerkrachten, die dezelfde functie hadden. Tot ik daarna een contract van onbepaalde duur kreeg. Dan kon ik een beetje ademen, kon ik me meer op de lesvoorbereidingen concentreren. Kortom, ik kon me helemaal toeleggen op de vereisten van mijn lerarenjob.

Ik was heel blij met mijn nieuw contract. Ik meende dat ik daar heel lang had moeten op wachten. Toch maakt de regelgeving het voor een beginnende leerkracht in het gewoon onderwijs nog moeilijker. Van TABD naar TADD (tijdelijke aanstelling van doorlopende duur) naar VB (vaste benoeming) verlopen verscheidene jaren. Het vooruitzicht van vele jaren met een TABD kan veel beginnende leerkrachten afschrikken. Hun vrienden in de privésector kregen sneller een vast contract. Bovendien krijgen – logischerwijze - TBSOB’ers (vastbenoemden die ‘ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking’) en TADD’ers voorrang. Dit brengt mee dat je als TABD’er vaak in korte opdrachten tewerkgesteld wordt. Eens je aan een klas gewend raakt, moet je vertrekken, nieuwe relaties opbouwen met weer nieuwe collega’s voor opnieuw een korte periode. Vervangingsopdrachten zijn altijd moeilijk: leerlingen verwachten dat je exact les geeft zoals hun vaste leraar. Een paar lessen hier, een paar lessen daar, nooit een vaste plek, dat betekent ook dat je je nooit honderd procent kan geven, telkens last minute voor nieuwe lesvoorbereidingen staat en er bovendien niet veel tijd over was voor een degelijke overdracht door de vaste leerkracht.  Je kent de klas niet en je moet midden in het schooljaar inspringen om een afwezige leerkracht te vervangen.

Toch wil ik graag ook een paar voordelen noemen van het werk als TABD’er: je krijgt de kans om verschillende schoolculturen te leren kennen, ervaring op te doen bij het omgaan met verschillende leerlingen, collega’s, verschillende manieren van werken. Dit alles helpt om je eigen identiteit als leraar te vormen. Door te vergelijken, kan je ontdekken welke aanpak jou het beste ligt. Als je volhoudt, betekent het ook dat je genoeg intrinsieke motivatie hebt om een goede leraar te worden.

TADD biedt al meer zekerheid. Je hebt voorrang op TABD. Je moet voldoen aan de regelgeving: er is dienstanciënniteit vereist van 720 dagen over tenminste 3 schooljaren. Je moet die anciënniteit verwerven in één of meer scholen van dezelfde scholengemeenschap. In dit geval heb je werkzekerheid en betaalde vakanties.

Een nadeel van het statuut van TADD is dat je soms heel lang moet wachten op een vacante betrekking om een VB te krijgen, vermits je statuut enkel geldt binnen die ene scholengemeenschap. 

Om een VB (vaste benoeming) te krijgen, moet je aan verschillende voorwaarden voldoen. Je kan je voor 30 juni kandidaat stellen in de scholen van de scholengemeenschap die in aanmerking komen voor jouw bevoegdheid. Eens je gedeeltelijk vastbenoemd bent, krijg je voorrang op nieuwe TADD’ers. TBSOB’ers komen eerst in aanmerking. In principe zijn er tussen de TADD’ers geen voorrangsregels.

Er zijn veel voordelen verbonden aan een VB: werkzekerheid, betaalde vakanties, recht op overheidspensioen, salaris tijdens ziekte- en bevallingsverlof, mogelijkheid om verschillende verlofstelsels te nemen of om een TAO (tijdelijke andere opdracht) te nemen. Met een VB is er ook mutatie mogelijk: de vaste benoeming kan overgedragen worden naar een andere school met vacante uren, mits akkoord van het schoolbestuur van deze school. Een vastbenoemde leraar kan gedetacheerd worden om tijdelijk een ander ambt uit te oefenen, met behoud van het statuut van VB.

2.    Vergelijking met de privé

     Bij vergelijking van de verschillende fases in het statuut van lesgever met het statuut in de privaatsector, kom ik tot volgende vaststellingen:

-        TABD kan je met de overeenkomst voor bepaalde tijd vergelijken, waarin het begin en het einde van de tewerkstelling vastgelegd zijn. Ook de overeenkomst voor uitzendarbeid, waarin een uitzendkracht een overeenkomst sluit met een uitzendbureau om tegen verloning bij een gebruiker tijdelijke arbeid uit te voeren, is vergelijkbaar met een TABD. Een leerkracht met een TABD kan ook met een interimcontract werken. Een vervangingsovereenkomst, waarin de identiteit en de functie van de te vervangen persoon vermeld zijn, evenals de reden en de duur van de overeenkomst lijkt ook op een TABD. De overeenkomst voor duidelijk omschreven werk, waarin het einde van de tewerkstelling overeenkomt met de voltooiing van het werk is een andere vorm van contract van bepaalde duur in de privésector.

-        TADD kan ik met een overeenkomst voor onbepaalde tijd vergelijken, waarin het einde van de tewerkstelling niet vastgelegd is. In de  private sector  kan men een ontslagvergoeding krijgen in geval van eenzijdig beëindigen van het contract; in het onderwijs bestaat deze mogelijkheid niet.
Er is ook een verschil in de verloning. Een leraar wordt vergoed volgens vaste barema’s op basis van zijn diploma, zijn functie, of van een combinatie van beide; inzet, kwaliteit van het werk maken geen verschil. Een werknemer in de privésector wordt eveneens vergoed op basis van zijn diploma, zijn functie, maar competentie en kwaliteit van het werk spelen evenzeer een belangrijke rol. Dit verschil kan demotiverend zijn voor de leraar die zich met hart en ziel inzet voor zijn job en daarvoor financieel niet beloond wordt. Ook de vlakke loopbaan van de leraar, met nauwelijks groeipotentieel, staat tegenover de prestatiegerichte privésector, waar de sky de limit is.  Toch denk ik dat wie met overtuiging voor het leraarsberoep kiest, dat ook doet met intrinsieke motivatie, waar geld of andere voordelen niet op de eerste plaats komen. 
 
-     VB bestaat niet in de privésector, want hier kan je op elk ogenblik om verschillende redenen ontslagen worden. In het onderwijs is ontslag slechts mogelijk na 2 negatieve evaluaties, maar dit is meer theorie dan praktijk.

-        De talrijke verlofstelsels in het onderwijs bestaan niet in de privésector.

3.    Standpunt ten opzichte van huidig en toekomstig statuut

De eerder vermelde voordelen van een vastbenoemd leraar kunnen een nadeel zijn voor een tijdelijk benoemd leraar. Er wordt zeer veel flexibiliteit verwacht van een beginnende leerkracht, terwijl een vastbenoemde jarenlang van verschillende verlofstelsels kan genieten. Vereenvoudiging van en reduceren van het aantal verlofstelsels voor vastbenoemden kan meer werkmogelijkheid creëren voor jonge leerkrachten en het proces van tijdelijke tot vastbenoemde versnellen. Het bestaande aanbod aan verlofstelsels is immers een positieve en aantrekkelijke factor voor een loopbaan in het onderwijs, want het laat o.a. een vlotte combinatie arbeid-gezin toe.

Het toekomstige statuut van de leerkracht, geformuleerd in het loopbaanpact, moet de job van de (jonge) leraar opnieuw aantrekkelijk maken en meer mensen in het onderwijs houden.
Daarnaast moet het Vlaams onderwijs een lerarenkorps hebben dat representatief is voor de huidige maatschappij.

Een gedifferentieerd en flexibel loopbaantraject moet leiden tot aantrekkelijker arbeidsomstandigheden, betere aanvangsbegeleiding van startende leraren en voldoende professionalisering om de vlakke loopbaan van de leraar te doorbreken door continue investering in de competentieontwikkeling van de leraren.

De manier waarop de zij-instroom van leraren kan worden bevorderd, kan een frisse lucht en nieuwe expertise in het onderwijs brengen. Er zou natuurlijk een erkenning moeten komen van de elders verworven competenties en opgebouwde anciënniteit.

4.    Groei

De vlakke loopbaan kan doorbroken worden via de loopbaanladder, met drie opeenvolgende trappen in de carrière van een leraar: juniorleraar, leraar en expertleraar.

Een juniorleraar die aan het begin van zijn loopbaan, de eerste drie jaar, een intensieve coaching krijgt van b.v. een meer ervaren leraar (expertleraar), kan hierdoor een positieve push krijgen. 

Volgens de plannen van het loopbaanpact zal er meer werkzekerheid en ingroeimogelijkheid voor de jonge leraar gecreëerd worden door, waar mogelijk, een voltijdse opdracht te geven aan een juniorleraar. Dit zal de leraar helpen om zich in te burgeren in de school waar hij lesgeeft. Hij kan zich volledig concentreren op zijn competenties die hij in de klaspraktijk kan omzetten, door een intensieve coaching. Daarna komt de juniorleraar in de tweede trap van de loopbaanladder, de leraar.

De vlakke loopbaan kan onderbroken worden door meer differentiatie mogelijk te maken via competentieontwikkeling, door een project op te starten, door juniorleraren te coachen door expertleraren, etc.

Het voorstel van een verplichting om minimaal 10% van de tijd te spenderen aan andere taken dan onderwijsactiviteiten voor de klas, kan de eentonigheid doorbreken.

Een expertleraar kan zijn expertise en competenties valoriseren door kennis over te dragen aan collega’s, waardoor hij verantwoordelijkheid krijgt, zijn job gevarieerder wordt en meer enthousiasme krijgt.

Een juniorleraar of novice staat onderaan in de loopbaanladder van de leraar. Hij krijgt een TABD voor een periode van 3 jaar, wat hem toelaat zich via expertise te ontwikkelen. Op het einde van deze termijn en na gunstige evaluatie wordt hij dan vastbenoemd.

Dan komt hij in de tweede trap van de loopbaanladder, de leraar.

De volgende trap in de loopbaan is de expertleraar. Dat wordt de leraar na vele jaren als vastbenoemde te hebben gewerkt.

Doorheen al deze trappen kan een leraar veel ervaring en kennis opdoen. Dat is alleen mogelijk door samenwerking met andere leraren.
Volgens het TALISrapport, pag. 54, blijft lesgeven in Vlaanderen voor leraren een individuele activiteit. Nochtans zijn lesobservatie van andere collega’s en daarna feedback geven, lesmaterialen uitwisselen onder de collega’s, teamvergaderingen bijwonen, gezamenlijk lesgeven in dezelfde klas etc., een sleutel voor een duurzame professionele ontwikkeling.
Als we Vlaanderen en andere TALISlanden vergelijken, zien we dat b.v. lesobservatie bij collega’s veel minder gebeurt in Vlaanderen dan in de andere TALISlanden. Onderwijs in Vlaanderen is goed, maar kan nog beter worden door meer professionele leerkrachten, die je kan vormen door samenwerking tussen collega’s, door mentoren voor juniorleraars, door expertleraars, door regelmatige teamvergaderingen, door te brainstormen over bepaalde onderwerpen en door gezamenlijke lesvoorbereidingen te maken met verschillende vakleraren, kan de job van de leraar  boeiender en leerrijker worden.


De focus moet op de kerntaak van het onderwijs liggen: het ontwikkelen van nodige kennis, vaardigheden en attitudes van de leerlingen. Dit kan alleen als alle leraren als een team werken, elkaar ondersteunen en respecteren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten