1.
Voor- en nadelen verbonden aan de
drie fases van het statuut
Zolang ik in de
privésector werkte, keek ik altijd een beetje jaloers naar mijn kennissen die
in het onderwijs werkten. Ze hadden veel vakantie, een zekere job en in mijn
verbeelding een zorgeloos leven. Ze hadden blijkbaar allemaal een vaste
benoeming, maar ik kende niets af van het bestaan van TABD en TADD, tot ik zelf in het onderwijs begon te werken.
Ik begon in
het secundair onderwijs les wiskunde te geven in een interimopdracht, in het
statuut van TABD (tijdelijke
aanstelling van bepaalde duur), een statuut waarvan ik toen niet veel afwist.
Met mijn
werkervaring in de privésector achter de rug, gevolgd door deze
interimopdracht, ben ik niet veel later opnieuw les beginnen te geven, deze
keer niet in het regulier onderwijs, maar in een cursus “Inburgering”, met
gelijkaardige voorwaarden als van een beginnende leerkracht in het gewoon
onderwijs. Ik kreeg korte opdrachten, vaak van een paar maanden, zonder de
zekerheid of er nog een nieuwe opdracht zou volgen. In de vakantieperiodes was
ik werkloos. Daarna volgde weer een nieuwe opdracht. Ik kreeg steeds positieve
feedback van mijn werkgevers, maar ze konden me geen vast contract garanderen.
Ik heb soms meer opdrachten aangenomen dan ik aankon, waardoor ik vaak
oververmoeid raakte. Ik durfde me niet veroorloven een opdracht te weigeren uit
schrik dat ook volgende opdrachten aan mij voorbij zouden gaan. Mijn situatie
van toen zou ik dus kunnen vergelijken met die van een beginnende leraar met
een TABD. Na 2 jaar te werken voor verschillende werkgevers heb ik een
vervangingscontract van 1 jaar gekregen. Dat gaf me meer zekerheid: minstens
voor 1 jaar aan het werk, betaalde vakanties, geen gewetensproblemen als ik een
keer een dag verkouden was en niet kon werken. Ik voelde me “bijna” gelijk met
de andere leerkrachten, die dezelfde functie hadden. Tot ik daarna een contract
van onbepaalde duur kreeg. Dan kon ik een beetje ademen, kon ik me meer op de
lesvoorbereidingen concentreren. Kortom, ik kon me helemaal toeleggen op de
vereisten van mijn lerarenjob.
Ik was heel
blij met mijn nieuw contract. Ik meende dat ik daar heel lang had moeten op
wachten. Toch maakt de regelgeving het voor een beginnende leerkracht in het
gewoon onderwijs nog moeilijker. Van TABD
naar TADD (tijdelijke aanstelling
van doorlopende duur) naar VB (vaste
benoeming) verlopen verscheidene jaren. Het vooruitzicht van vele jaren met een
TABD kan veel beginnende leerkrachten afschrikken. Hun vrienden in de
privésector kregen sneller een vast contract. Bovendien krijgen –
logischerwijze - TBSOB’ers (vastbenoemden die ‘ter beschikking gesteld zijn
wegens ontstentenis van betrekking’) en TADD’ers voorrang. Dit brengt mee dat
je als TABD’er vaak in korte opdrachten tewerkgesteld wordt. Eens je aan een
klas gewend raakt, moet je vertrekken, nieuwe relaties opbouwen met weer nieuwe
collega’s voor opnieuw een korte periode. Vervangingsopdrachten zijn altijd
moeilijk: leerlingen verwachten dat je exact les geeft zoals hun vaste leraar.
Een paar lessen hier, een paar lessen daar, nooit een vaste plek, dat betekent
ook dat je je nooit honderd procent kan geven, telkens last minute voor nieuwe
lesvoorbereidingen staat en er bovendien niet veel tijd over was voor een
degelijke overdracht door de vaste leerkracht.
Je kent de klas niet en je moet midden in het schooljaar inspringen om
een afwezige leerkracht te vervangen.
Toch wil ik
graag ook een paar voordelen noemen van het werk als TABD’er: je krijgt de kans
om verschillende schoolculturen te leren kennen, ervaring op te doen bij het
omgaan met verschillende leerlingen, collega’s, verschillende manieren van
werken. Dit alles helpt om je eigen identiteit als leraar te vormen. Door te
vergelijken, kan je ontdekken welke aanpak jou het beste ligt. Als je volhoudt,
betekent het ook dat je genoeg intrinsieke motivatie hebt om een goede leraar
te worden.
TADD biedt al meer zekerheid. Je hebt
voorrang op TABD. Je moet voldoen aan de regelgeving: er is dienstanciënniteit
vereist van 720 dagen over tenminste 3 schooljaren. Je moet die anciënniteit
verwerven in één of meer scholen van dezelfde scholengemeenschap. In dit geval
heb je werkzekerheid en betaalde vakanties.
Een nadeel
van het statuut van TADD is dat je soms heel lang moet wachten op een vacante
betrekking om een VB te krijgen, vermits je statuut enkel geldt binnen die ene
scholengemeenschap.
Om een VB (vaste benoeming) te krijgen, moet
je aan verschillende voorwaarden voldoen. Je kan je voor 30 juni kandidaat
stellen in de scholen van de scholengemeenschap die in aanmerking komen voor
jouw bevoegdheid. Eens je gedeeltelijk vastbenoemd bent, krijg je voorrang op
nieuwe TADD’ers. TBSOB’ers komen eerst in aanmerking. In principe zijn er
tussen de TADD’ers geen voorrangsregels.
Er zijn veel
voordelen verbonden aan een VB: werkzekerheid, betaalde vakanties, recht op
overheidspensioen, salaris tijdens ziekte- en bevallingsverlof, mogelijkheid om
verschillende verlofstelsels te nemen of om een TAO (tijdelijke andere
opdracht) te nemen. Met een VB is er ook mutatie mogelijk: de vaste benoeming
kan overgedragen worden naar een andere school met vacante uren, mits akkoord
van het schoolbestuur van deze school. Een vastbenoemde leraar kan gedetacheerd
worden om tijdelijk een ander ambt uit te oefenen, met behoud van het statuut
van VB.
2.
Vergelijking met de privé
Bij vergelijking van de verschillende fases in
het statuut van lesgever met het statuut in de privaatsector, kom ik tot
volgende vaststellingen:
-
TABD kan je met de overeenkomst voor bepaalde tijd vergelijken, waarin het begin en
het einde van de tewerkstelling vastgelegd zijn. Ook de overeenkomst voor uitzendarbeid, waarin een uitzendkracht een
overeenkomst sluit met een uitzendbureau om tegen verloning bij een gebruiker
tijdelijke arbeid uit te voeren, is vergelijkbaar met een TABD. Een leerkracht
met een TABD kan ook met een interimcontract werken. Een vervangingsovereenkomst, waarin de identiteit en de functie van de te
vervangen persoon vermeld zijn, evenals de reden en de duur van de overeenkomst
lijkt ook op een TABD. De overeenkomst
voor duidelijk omschreven werk, waarin het einde van de tewerkstelling
overeenkomt met de voltooiing van het werk is een andere vorm van contract van
bepaalde duur in de privésector.
-
TADD kan ik met een overeenkomst voor onbepaalde tijd vergelijken, waarin het einde van
de tewerkstelling niet vastgelegd is. In de
private sector kan men een
ontslagvergoeding krijgen in geval van eenzijdig beëindigen van het contract;
in het onderwijs bestaat deze mogelijkheid niet.
Er is ook een verschil in de verloning. Een leraar
wordt vergoed volgens vaste barema’s op basis van zijn diploma, zijn functie,
of van een combinatie van beide; inzet, kwaliteit van het werk maken geen
verschil. Een werknemer in de privésector wordt eveneens vergoed op basis van
zijn diploma, zijn functie, maar competentie en kwaliteit van het werk spelen
evenzeer een belangrijke rol. Dit verschil kan demotiverend zijn voor de leraar
die zich met hart en ziel inzet voor zijn job en daarvoor financieel niet
beloond wordt. Ook de vlakke loopbaan van de leraar, met nauwelijks
groeipotentieel, staat tegenover de prestatiegerichte privésector, waar de sky
de limit is. Toch denk ik dat wie met
overtuiging voor het leraarsberoep kiest, dat ook doet met intrinsieke motivatie,
waar geld of andere voordelen niet op de eerste plaats komen.
- VB bestaat niet in de privésector, want hier kan
je op elk ogenblik om verschillende redenen ontslagen worden. In het onderwijs
is ontslag slechts mogelijk na 2 negatieve evaluaties, maar dit is meer theorie
dan praktijk.
-
De talrijke verlofstelsels in het onderwijs
bestaan niet in de privésector.
3.
Standpunt ten opzichte van huidig en
toekomstig statuut
De eerder
vermelde voordelen van een vastbenoemd leraar kunnen een nadeel zijn voor een
tijdelijk benoemd leraar. Er wordt zeer veel flexibiliteit verwacht van een
beginnende leerkracht, terwijl een vastbenoemde jarenlang van verschillende
verlofstelsels kan genieten. Vereenvoudiging van en reduceren van het aantal
verlofstelsels voor vastbenoemden kan meer werkmogelijkheid creëren voor jonge
leerkrachten en het proces van tijdelijke tot vastbenoemde versnellen. Het
bestaande aanbod aan verlofstelsels is immers een positieve en aantrekkelijke
factor voor een loopbaan in het onderwijs, want het laat o.a. een vlotte
combinatie arbeid-gezin toe.
Het
toekomstige statuut van de leerkracht, geformuleerd in het loopbaanpact, moet
de job van de (jonge) leraar opnieuw aantrekkelijk maken en meer mensen in het
onderwijs houden.
Daarnaast
moet het Vlaams onderwijs een lerarenkorps hebben dat representatief is voor de
huidige maatschappij.
Een
gedifferentieerd en flexibel loopbaantraject moet leiden tot aantrekkelijker
arbeidsomstandigheden, betere aanvangsbegeleiding van startende leraren en
voldoende professionalisering om de vlakke loopbaan van de leraar te doorbreken
door continue investering in de competentieontwikkeling van de leraren.
De manier
waarop de zij-instroom van leraren kan worden bevorderd, kan een frisse lucht
en nieuwe expertise in het onderwijs brengen. Er zou natuurlijk een erkenning
moeten komen van de elders verworven competenties en opgebouwde anciënniteit.
4.
Groei
De vlakke
loopbaan kan doorbroken worden via de loopbaanladder, met drie opeenvolgende trappen
in de carrière van een leraar:
juniorleraar, leraar en expertleraar.
Een juniorleraar
die aan het begin van zijn loopbaan, de eerste drie jaar, een intensieve
coaching krijgt van b.v. een meer ervaren leraar (expertleraar), kan hierdoor
een positieve push krijgen.
Volgens de plannen
van het loopbaanpact zal er meer werkzekerheid en ingroeimogelijkheid voor de
jonge leraar gecreëerd worden door, waar mogelijk, een voltijdse opdracht te geven
aan een juniorleraar. Dit zal de leraar helpen om zich in te burgeren in de
school waar hij lesgeeft. Hij kan zich volledig concentreren op zijn
competenties die hij in de klaspraktijk kan omzetten, door een intensieve coaching.
Daarna komt de juniorleraar in de tweede trap van de loopbaanladder, de leraar.
De vlakke
loopbaan kan onderbroken worden door meer differentiatie mogelijk te maken via competentieontwikkeling,
door een project op te starten, door juniorleraren te coachen door expertleraren,
etc.
Het voorstel
van een verplichting om minimaal 10% van de tijd te spenderen aan andere taken
dan onderwijsactiviteiten voor de klas, kan de eentonigheid doorbreken.
Een
expertleraar kan zijn expertise en competenties valoriseren door kennis over te
dragen aan collega’s, waardoor hij verantwoordelijkheid krijgt, zijn job
gevarieerder wordt en meer enthousiasme krijgt.
Een juniorleraar of novice staat onderaan in
de loopbaanladder van de leraar. Hij krijgt een TABD voor een periode van 3 jaar, wat hem toelaat zich via expertise
te ontwikkelen. Op het einde van deze termijn en na gunstige evaluatie wordt
hij dan vastbenoemd.
Dan komt hij in
de tweede trap van de loopbaanladder, de
leraar.
De volgende
trap in de loopbaan is de expertleraar.
Dat wordt de leraar na vele jaren als vastbenoemde te hebben gewerkt.
Doorheen al
deze trappen kan een leraar veel ervaring en kennis opdoen. Dat is alleen
mogelijk door samenwerking met andere leraren.
Volgens het
TALISrapport, pag. 54, blijft lesgeven in Vlaanderen voor leraren een
individuele activiteit. Nochtans zijn
lesobservatie van andere collega’s en daarna feedback geven, lesmaterialen
uitwisselen onder de collega’s, teamvergaderingen bijwonen, gezamenlijk lesgeven
in dezelfde klas etc., een sleutel voor een duurzame professionele
ontwikkeling.
Als we Vlaanderen
en andere TALISlanden vergelijken, zien we dat b.v. lesobservatie bij collega’s
veel minder gebeurt in Vlaanderen dan in de andere TALISlanden. Onderwijs in
Vlaanderen is goed, maar kan nog beter worden door meer professionele leerkrachten,
die je kan vormen door samenwerking tussen collega’s, door mentoren voor juniorleraars, door expertleraars, door regelmatige teamvergaderingen, door te brainstormen
over bepaalde onderwerpen en door gezamenlijke lesvoorbereidingen te maken met
verschillende vakleraren, kan de job van de leraar boeiender en leerrijker worden.
De focus moet
op de kerntaak van het onderwijs liggen: het ontwikkelen van nodige kennis,
vaardigheden en attitudes van de leerlingen. Dit kan alleen als alle leraren
als een team werken, elkaar ondersteunen en respecteren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten