Het klinkt
misschien cliché, maar je wordt geen
leraar om financiële redenen. Het salaris van een leraar met een
masterdiploma is vaak lager dan het salaris van een collega die met hetzelfde
diploma in de privésector werkt. Er heerst ook wel een misconceptie dat je overal
in de privésector beter betaald zou worden, wat niet altijd juist is. Het klopt
meestal wel indien het over een gezond bedrijf gaat dat expandeert.
Anderzijds is
het wel zo dat het systeem van verloning in het onderwijs, waarbij je salaris
wordt vastgesteld op basis van je salarisschaal, anciënniteit en eventueel
nuttige ervaring algemeen wordt toegepast. Dit betekent dat het een heel transparant
systeem is, waardoor je weinig verrassingen of ontgoochelingen kan verwachten betreffende de financiële kant
van het lerarenberoep. Eens je begint te werken als leraar, kan je je salaris
voor de volgende jaren goed berekenen, je kan plannen maken voor de toekomst
etc. Je weet ook dat je bijkomende vergoedingen mag verwachten, zoals een fietsvergoeding,
terugbetaling van onkosten voor woon-werkverkeer met openbaar vervoer,
vakantiegeld, eindejaarstoelage etc.
Ik heb in de
privésector gewerkt, met inderdaad een hoger salaris dan in het onderwijs. Toch
meen ik dat je op lange termijn, als je als jong afgestudeerde begint te werken
als leraar en met toenemende anciënniteit, je ook een goed loon kan verdienen
als leraar met een job die voldoening kan geven. Bovendien is de combinatie van
gezin en werk vaak beter mogelijk dan in
de privésector.
Het grootste
voordeel van de financiële loonstructuur in het onderwijs is de transparantie
ervan, wat ook uit het onderzoek door Xavier Baeten en Bart Verwaeren blijkt
(zie artikel in De Standaard van 11/05/2013: Hoog loon is niet alles).
Het feit dat de
salarissen tussen jongere en oudere leraars sterk verschillen wordt ook
vernoemd in bovenvermeld onderzoek. Dit kan soms demotiverend zijn voor sommige
jonge leraars, vooral indien ze minder gemotiveerde oudere leraars tegenkomen.
Regelmatige
functioneringsgesprekken met evaluaties en daarmee verbonden eventuele loonsverhoging
zou rechtvaardiger zijn, maar dan kom je in een gevaarlijke zone terecht, waar
subjectiviteit veel discussies kan veroorzaken.
Als ik alles overweeg,
dan zou ik toch voor het huidige systeem kiezen, maar met als extra een andere,
niet financiële beloning, zoals bijkomende verantwoordelijkheid,
differentiering in taakinvulling etc.
Anciënniteitsverloning
is zeer overzichtelijk: als je je arbeidsovereenkomst ondertekent in het
onderwijs, aanvaard je het gehanteerde model van verloning. Je kan vóór of
tegen zijn, maar je weet dat het een betrouwbare, objectieve manier van
beloning is.
Dat is
helemaal anders wanneer we over prestatieverloning spreken. Dit veronderstelt
dat je betere prestaties levert door belonen van je prestaties. In de privésector
is dit gebruikelijk, in het onderwijs is dit nog niet ingevoerd.
Zou dergelijke
prestatieverloning het onderwijs beter maken? Wat zou het resultaat ervan zijn
en zou dit een verbetering teweegbrengen in vergelijking met het huidige
systeem van verloning dat gebaseerd is op anciënniteit?
Hoe kunnen we
de prestatie van de leraren objectief meten?
Stel dat we
de leraren vertellen dat ze prestatiebeloning krijgen. Stel dat ze dan focussen
op betere toetsprestaties van de leerlingen. Zouden ze daardoor betere leraren, pedagogen
zijn en moeten ze daarvoor beloond worden? Door te focussen op de prestatie van
de leerlingen, kunnen ze zich minder op de
ontwikkeling van andere vaardigheden van de leerlingen concentreren.
Ook het feit,
dat er waarschijnlijk minder leraren zouden kunnen beloond worden dan deze die denken dat ze in aanmerking zouden
komen, zou meer ontevredenheid kunnen creëren tussen de leraren en daardoor mogelijk
geen positief effect hebben (zie Hooier, J. , Prestatiebeloning in het onderwijs,
onzinnig of niet? Onderwijsinnovatie, juni 2012).
Door
prestatieverloning boven anciënniteitsverloning te kiezen, kan de intrinsieke
motivatie van de leraar verdwijnen, want de motivatie van de leraar zou dan de
extra verloning zijn. Dit zou toch een
ongelukkig resultaat zijn van iets, dat positief bedoeld was, om mensen met
intrinsieke motivatie voor het beroep van leraar te ondersteunen en extra te
waarderen.
Het is ook
wel bekend dat de prestaties van de leraar niet alleen in de behaalde cijfers
van de leerlingen kunnen gemeten worden. Het is dus heel moeilijk om objectief
te kunnen meten wat het resultaat is van de inzet van de leraar. Dit kan mede
verklaren waarom rond 70% van de leraren tegen het invoeren van de
prestatiebeloning gekant is.
Het
schoolloopbanpact, dat het beroep van leerkracht moet opwaarderen, houdt een optie van een flexibel loon in (zie Dirk
Van Damme , OESO-onderwijsspecialist in het artikel “Geef de leerkrachten die
extra inspanningen doen een beter loon”, De Standaard, 01/09/2015). Volgens Van
Damme kan zo’n flexibele verloning het lerarenberoep aantrekkelijker maken,
door een bonus te geven aan leerkrachten die in “moeilijke” scholen lesgeven of
die extra taken op zich nemen. In dergelijke gevallen vind ik een loonverhoging
wel verantwoord.
Maar geld
alleen maakt niemand gelukkig, zo is het ook met de leraren. Naast anciënniteitsverloning
en prestatieverloning is er nog een heel belangrijk psychologisch aspect. In het
algemeen zijn de leraren best tevreden met hun nettoloon, maar wat nog meer
telt is de erkenning. Dit soort beloning kan komen van de leerlingen, collega’s
en natuurlijk ook van de directie. Volgens VUB-onderzoekster Sara De Gieter
komt dit waarschijnlijk door het feit
dat loonsverhoging bij leraren gebeurt via een anciënniteitsverloning die niet
gelinkt is aan hun prestaties. Als je de loonsverhoging niet als een teken van
waardering ervaart, kan je het ook niet appreciëren. Daarom is er een nood aan
psychologische beloning, zoals complimentjes, aanmoedigingen van collega’s, een
schouderklopje van de directie etc., die zeker even belangrijk is als elke andere
vorm van beloning. Ik meen dat door de
grote verbondenheid van leraren met de scholen waar ze les geven, zijn leraren
emotioneel betrokken en hebben nood aan waardering en eerlijkheid.
De beste
leraren hebben zeker een grote impact op de leerlingen. Alleen tevreden leraren
kunnen maximale inzet geven, zich meer betrokken voelen bij hun school en
betere prestaties leveren. Tevreden leraren zijn leraren die niet alleen een
goede financiële beloning krijgen (anciënniteitsverlonig), maar die ook hun job
kunnen combineren met hun familiaal leven en die ook uitingen van dankbaarheid,
waardering etc. (psychologische
beloning) krijgen.
Zoals ik in
het begin van mijn blog gezegd heb, wordt
je geen leraar om financiële redenen. Je hebt de intrinsieke motivatie om kennis
en vaardigheden bij te brengen, maar je kan dat alleen goed doen als je ervoor
erkend bent.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten