woensdag 16 maart 2016

Verloning

Het klinkt misschien cliché, maar je wordt geen leraar om financiële redenen. Het salaris van een leraar met een masterdiploma is vaak lager dan het salaris van een collega die met hetzelfde diploma in de privésector werkt. Er heerst ook wel een misconceptie dat je overal in de privésector beter betaald zou worden, wat niet altijd juist is. Het klopt meestal wel indien het over een gezond bedrijf gaat dat expandeert.

Anderzijds is het wel zo dat het systeem van verloning in het onderwijs, waarbij je salaris wordt vastgesteld op basis van je salarisschaal, anciënniteit en eventueel nuttige ervaring algemeen wordt toegepast. Dit betekent dat het een heel transparant systeem is, waardoor je weinig verrassingen of ontgoochelingen  kan verwachten betreffende de financiële kant van het lerarenberoep. Eens je begint te werken als leraar, kan je je salaris voor de volgende jaren goed berekenen, je kan plannen maken voor de toekomst etc. Je weet ook dat je bijkomende vergoedingen mag verwachten, zoals een fietsvergoeding, terugbetaling van onkosten voor woon-werkverkeer met openbaar vervoer, vakantiegeld, eindejaarstoelage etc.

Ik heb in de privésector gewerkt, met inderdaad een hoger salaris dan in het onderwijs. Toch meen ik dat je op lange termijn, als je als jong afgestudeerde begint te werken als leraar en met toenemende anciënniteit, je ook een goed loon kan verdienen als leraar met een job die voldoening kan geven. Bovendien is de combinatie van gezin en werk vaak beter mogelijk  dan in de privésector.  

Het grootste voordeel van de financiële loonstructuur in het onderwijs is de transparantie ervan, wat ook uit het onderzoek door Xavier Baeten en Bart Verwaeren blijkt (zie artikel in De Standaard van 11/05/2013: Hoog loon is niet alles).

Het feit dat de salarissen tussen jongere en oudere leraars sterk verschillen wordt ook vernoemd in bovenvermeld onderzoek. Dit kan soms demotiverend zijn voor sommige jonge leraars, vooral indien ze minder gemotiveerde oudere leraars tegenkomen.

Regelmatige functioneringsgesprekken met evaluaties en daarmee verbonden eventuele loonsverhoging zou rechtvaardiger zijn, maar dan kom je in een gevaarlijke zone terecht, waar subjectiviteit veel discussies kan veroorzaken.
Als ik alles overweeg, dan zou ik toch voor het huidige systeem kiezen, maar met als extra een andere, niet financiële beloning, zoals bijkomende verantwoordelijkheid, differentiering in taakinvulling etc.

Anciënniteitsverloning is zeer overzichtelijk: als je je arbeidsovereenkomst ondertekent in het onderwijs, aanvaard je het gehanteerde model van verloning. Je kan vóór of tegen zijn, maar je weet dat het een betrouwbare, objectieve manier van beloning is.

Dat is helemaal anders wanneer we over prestatieverloning spreken. Dit veronderstelt dat je betere prestaties levert door belonen van je prestaties. In de privésector is dit gebruikelijk, in het onderwijs is dit nog niet ingevoerd.

Zou dergelijke prestatieverloning het onderwijs beter maken? Wat zou het resultaat ervan zijn en zou dit een verbetering teweegbrengen in vergelijking met het huidige systeem van verloning dat gebaseerd is op anciënniteit?

Hoe kunnen we de prestatie van de leraren objectief meten? 

Stel dat we de leraren vertellen dat ze prestatiebeloning krijgen. Stel dat ze dan focussen op betere toetsprestaties van de leerlingen.  Zouden ze daardoor betere leraren, pedagogen zijn en moeten ze daarvoor beloond worden? Door te focussen op de prestatie van de leerlingen, kunnen ze zich  minder op de ontwikkeling van andere vaardigheden van de leerlingen concentreren.

Ook het feit, dat er waarschijnlijk minder leraren zouden kunnen beloond worden  dan deze die denken dat ze in aanmerking zouden komen, zou meer ontevredenheid kunnen creëren tussen de leraren en daardoor mogelijk geen positief effect hebben (zie Hooier, J. , Prestatiebeloning in het onderwijs, onzinnig of niet? Onderwijsinnovatie, juni 2012).

Door prestatieverloning boven anciënniteitsverloning te kiezen, kan de intrinsieke motivatie van de leraar verdwijnen, want de motivatie van de leraar zou dan de extra verloning zijn.  Dit zou toch een ongelukkig resultaat zijn van iets, dat positief bedoeld was, om mensen met intrinsieke motivatie voor het beroep van leraar te ondersteunen en extra te waarderen.

Het is ook wel bekend dat de prestaties van de leraar niet alleen in de behaalde cijfers van de leerlingen kunnen gemeten worden. Het is dus heel moeilijk om objectief te kunnen meten wat het resultaat is van de inzet van de leraar. Dit kan mede verklaren waarom rond 70% van de leraren tegen het invoeren van de prestatiebeloning gekant is.

Het schoolloopbanpact, dat het beroep van leerkracht moet opwaarderen,  houdt een optie van een flexibel loon in (zie Dirk Van Damme , OESO-onderwijsspecialist in het artikel “Geef de leerkrachten die extra inspanningen doen een beter loon”, De Standaard, 01/09/2015). Volgens Van Damme kan zo’n flexibele verloning het lerarenberoep aantrekkelijker maken, door een bonus te geven aan leerkrachten die in “moeilijke” scholen lesgeven of die extra taken op zich nemen. In dergelijke gevallen vind ik een loonverhoging wel verantwoord.

Maar geld alleen maakt niemand gelukkig, zo is het ook met de leraren. Naast anciënniteitsverloning en prestatieverloning is er nog een heel belangrijk psychologisch aspect. In het algemeen zijn de leraren best tevreden met hun nettoloon, maar wat nog meer telt is de erkenning. Dit soort beloning kan komen van de leerlingen, collega’s en natuurlijk ook van de directie. Volgens VUB-onderzoekster Sara De Gieter komt dit  waarschijnlijk door het feit dat loonsverhoging bij leraren gebeurt via een anciënniteitsverloning die niet gelinkt is aan hun prestaties. Als je de loonsverhoging niet als een teken van waardering ervaart, kan je het ook niet appreciëren. Daarom is er een nood aan psychologische beloning, zoals complimentjes, aanmoedigingen van collega’s, een schouderklopje van de directie etc., die zeker even belangrijk is als elke andere vorm van beloning.  Ik meen dat door de grote verbondenheid van leraren met de scholen waar ze les geven, zijn leraren emotioneel betrokken en hebben nood aan waardering en eerlijkheid.

De beste leraren hebben zeker een grote impact op de leerlingen. Alleen tevreden leraren kunnen maximale inzet geven, zich meer betrokken voelen bij hun school en betere prestaties leveren. Tevreden leraren zijn leraren die niet alleen een goede financiële beloning krijgen (anciënniteitsverlonig), maar die ook hun job kunnen combineren met hun familiaal leven en die ook uitingen van dankbaarheid, waardering  etc. (psychologische beloning) krijgen.

Zoals ik in het begin van mijn blog gezegd heb, wordt je geen leraar om financiële redenen. Je hebt de intrinsieke motivatie om kennis en vaardigheden bij te brengen, maar je kan dat alleen goed doen als je ervoor erkend bent.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten